Lombardije Roadtrip Trentino - Alto Adige

De Stelviopas: de hoogste bergweg van de Alpen

stelviopass

Wie de Stelviopas combineert met een bezoek aan de Dolomieten, vindt in de Grande Strada delle Dolomiti een logisch vervolg op deze tocht.

De Stelviopas — in het Italiaans Passo dello Stelvio — staat te boek als de hoogste verharde bergpas van de Alpen op Italiaanse bodem, en voor velen als de meest indrukwekkende weg van het continent. Op 2.758 meter hoogte verbindt de pas het Val Venosta in Zuid-Tirol met de Valtellina in Lombardije, via een traject dat aan de noordkant tweeënveertig en aan de zuidkant vierendertig genummerde haarspeldbochten telt. Wie de hele route rijdt, van Prato allo Stelvio tot Bormio, legt zo’n vijftig kilometer af die tot de meest fotogenieke wegen van Europa worden gerekend.

De weg is geen eenvoudige doortocht. De bochten zijn smal, de hellingen stevig en het verkeer in het hoogseizoen dicht — fietsers, motorrijders en touringcars delen dezelfde haarspelden. Maar wie er de tijd voor neemt, rijdt door een landschap dat van groene dalweiden naar kaal, rotsachtig hooggebergte overgaat in nauwelijks een uur tijd.

Geschiedenis van een weg gebouwd voor een rijk

De Stelviopas werd tussen 1820 en 1825 aangelegd in opdracht van keizer Ferdinand I van Oostenrijk, die een directe verbinding wilde tussen het Val Venosta en Milaan — destijds onder Oostenrijks bestuur. De ingenieur Carlo Donegani uit Brescia, die eerder al de Splügenpas had aangelegd, kreeg de opdracht de route over het bergzadel naast de Ortler te trekken. Het resultaat was, voor die tijd, een technisch huzarenstuk: een weg die tot 1915 het hele jaar door door koetsen werd bereden, ook ’s winters, toen sneeuwscheppers de doorgang open hielden.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog vormde de pas een frontlinie tussen het Italiaanse en Oostenrijkse leger — in de rotsen rond de Dreisprachenspitze, het drielandenpunt waar Italiaans, Duits en Reto-Romaans samenkomen, zijn nog loopgraven en forten te zien. Sinds 1918 ligt de hele pas op Italiaans grondgebied.

Lees ook  Een herfsttocht door de heuvels van Umbrië

De route vanuit Bormio: de Lombardische kant

Wie vanuit het zuiden vertrekt, start in Bormio — een levendig kuuroord met Romeinse papieren, bekend om zijn thermale bronnen en als wintersportplaats. Bormio ligt op de bodem van de Valtellina, en de eerste kilometers van de klim voeren door bos en weiland voordat de boomgrens wordt doorbroken.

Vanaf hier volgen de vierendertig haarspeldbochten elkaar in snel tempo op, met aan elke bocht een genummerd bord — een telsysteem dat fietsers en motorrijders al decennialang gebruiken om hun voortgang te meten. Het landschap wordt kaler naarmate de hoogte toeneemt: rotspartijen, restjes sneeuw tot diep in de zomer, en uiteindelijk een panorama dat zich uitstrekt tot de gletsjers van de Ortler-groep.

Net voor de pashoogte, in de afdaling naar Bormio, ligt de zijweg naar de Umbrailpas — de hoogste berijdbare bergpas van Zwitserland, op nog geen tweehonderd meter van de Stelvio-top. Wie tijd heeft, combineert beide passen in één tocht.

Sogno Italiano selectie
Op zoek naar bijzondere hotels in Italië?
Bekijk onze selectie met favoriete adresjes door heel Italië — van stijlvolle masseria’s tot droomhotels aan de meren en verborgen plekken met karakter.


Bekijk de selectie

Praktisch: Bormio heeft een uitgebreid aanbod aan hotels, B&B’s en vakantiewoningen en is een goede uitvalsbasis voor wie de pas in de vroege ochtend wil beklimmen, vóór het drukke verkeer van de late voormiddag. De thermale baden van Bormio zijn een aangename afsluiting na een dag in het zadel of achter het stuur.

De pashoogte: tussen drie talen en drie landen

Op 2.758 meter ligt de top van de Stelviopas — een breed plateau met parkeerplaatsen, kraampjes en een handvol berghotels die in de zomermaanden volop bezoekers trekken. Het uitzicht is hier op zijn breedst: de Ortler-groep in het oosten, met de gelijknamige berg als hoogste punt van de regio, en in het noorden de Dreisprachenspitze waar de taalgrenzen van Italië, Oostenrijk en Zwitserland elkaar raken.

De pashoogte ligt midden in het Nationaal Park Stelvio, een van de oudste natuurparken van Europa, opgericht in 1935. Het park beschermt een groot deel van het hooggebergte tussen Zuid-Tirol, Trentino en Lombardije en is in de zomer een geliefd wandelgebied — voor wie de auto even achterlaat, zijn er gemarkeerde paden naar uitkijkpunten boven de pas.

Lees ook  Iseomeer: verborgen blauwe schoonheid tussen berg en wijn

In de zomer is de top ook het toneel van de Stelvio Bike Day, een jaarlijks terugkerend evenement waarbij de hele weg wordt afgesloten voor gemotoriseerd verkeer en uitsluitend toegankelijk is voor fietsers. Wie die dag toevallig in de buurt is en liever rijdt dan trapt, plant beter een andere dag in.

De route vanuit Prato allo Stelvio: de Zuid-Tiroolse kant

Aan de noordkant, vanuit Prato allo Stelvio in het Val Venosta, telt de klim tweeënveertig haarspeldbochten over een traject dat net iets langer is dan de Lombardische zijde. Het Val Venosta zelf is een breed, zonnig dal met appelboomgaarden en wijngaarden op de lagere hellingen — een landschap dat sterk contrasteert met de kale rotswanden die de pas verderop kenmerken.

Prato allo Stelvio is een rustig Zuid-Tiroolse dorp met traditionele architectuur en een keuken die duidelijk Oostenrijkse invloeden verraadt. Vanaf hier voert de weg door bossen, langs watervallen en steile rotswanden omhoog, met op de achtergrond steeds de besneeuwde toppen van de Ortler-groep.

Praktisch: Het Val Venosta heeft een ruime keuze aan agriturismo’s en vakantiewoningen tussen de appelboomgaarden, ideaal voor wie de avond voor de beklimming rustig wil doorbrengen. Wie de pas in oostelijke richting wil afsluiten, overnacht na de tocht in een van de dorpen in het dal.

Gastronomie langs de Stelviopas

De keuken rond de Stelviopas weerspiegelt de ligging op het kruispunt van Italiaanse en Oostenrijkse invloeden. In het Val Venosta domineren spek, knoedels en stevige berggerechten met polenta; in de Valtellina rond Bormio verschuift het accent naar de pizzoccheri — boekweitpasta met kool, aardappel en kaas — en de bresaola, gedroogde ossenhaas die in de hele regio een specialiteit is. Op de pashoogte zelf serveren de berghotels eenvoudige, voedzame gerechten die bedoeld zijn om warm te blijven op hoogte, niet om te imponeren.

Praktische tips voor een tocht over de Stelviopas

De Stelviopas is niet het hele jaar berijdbaar. De weg gaat doorgaans eind mei open — in 2026 op 22 mei — en blijft open tot eind oktober of begin november, afhankelijk van de eerste sneeuwval. Buiten dat venster is de pas afgesloten en alleen toegankelijk voor wandelaars en skiërs in het zomerse gletsjergebied bij Passo Stelvio.

Lees ook  Bacialupo Foresteria — logeren in het hart van de Oltrepò Pavese

Het hoogseizoen, juli en augustus, is ook het drukste: verwacht wachttijden bij de haarspeldbochten en volle parkeerplaatsen op de top. Juni en september bieden rustiger verkeer en vaak helderder zicht, al kan het ’s ochtends vroeg nog fris zijn op hoogte — ook in de zomer.

Een volledige beklimming van Bormio naar Prato, inclusief stops voor foto’s en een korte wandeling op de top, neemt een halve dag in beslag. Wie de pas combineert met de Umbrailpas of een bezoek aan het Nationaal Park Stelvio, plant een hele dag of overnacht in een van beide dalen.

Veelgestelde vragen over de Stelviopas

Is de Stelviopas al open?
De pas gaat doorgaans eind mei open, zodra de sneeuwruiming is voltooid en de weg veilig berijdbaar is. In 2026 ging de Stelviopas op 22 mei open. De pas blijft normaliter open tot eind oktober of begin november, afhankelijk van de eerste sneeuwval. Controleer voor vertrek de actuele status, want vroege of late sneeuwval kan dat venster verschuiven.

Hoe lang doe je over de Stelviopas?
De rit zelf, van Bormio naar Prato allo Stelvio of omgekeerd, duurt zonder stops ongeveer anderhalf tot twee uur. Met fotostops, een korte wandeling op de pashoogte en een pauze onderweg is een halve dag realistischer. Wie de Umbrailpas of het Nationaal Park Stelvio meeneemt, plant een volledige dag.

Wat is de Stelvio Pass?
De Stelvio Pass — in het Italiaans Passo dello Stelvio — is de hoogste verharde bergpas van de Alpen op Italiaans grondgebied, gelegen op 2.758 meter tussen Zuid-Tirol en Lombardije. De pas verbindt het Val Venosta met de Valtellina via een weg met tweeënveertig haarspeldbochten aan de noordzijde en vierendertig aan de zuidzijde.

Is de Stelviopas moeilijk om met de motor te rijden?
De pas vraagt om concentratie: de bochten zijn smal, de hellingen stevig en het verkeer in het hoogseizoen dicht, met fietsers en touringcars die dezelfde weg delen. Ervaren motorrijders beschouwen de Stelviopas als veeleisend maar goed berijdbaar; voor beginners is vroeg vertrekken — voor het drukke verkeer van de late ochtend — aan te raden.