Basilicata laat zich het best ontdekken met de auto, over wegen waar soms een kwartier lang geen ander voertuig opduikt. Deze roadtrip door Basilicata steekt de regio diagonaal over. De route begint aan de oostkant, in de grotstad Matera, en eindigt aan de Tyrreense Zee in Maratea. Daartussen liggen zandsteenpieken met dorpen tegen de rotsen, een spookstad op een heuvel van klei, het dorp waar Carlo Levi in ballingschap leefde en het grootste nationale park van Italië.
De route is ruim vierhonderd kilometer lang en verdeeld over zes dagen. Dat lijkt ruim, maar binnenwegen in Basilicata kronkelen meer dan de kaart doet vermoeden, en juist het rijden zelf is een deel van de reis. Het landschap verandert per etappe zo sterk dat het soms lijkt alsof de grens van een andere regio is overgestoken: van kalkplateau naar bergbos, van kale kleiheuvels naar beukenwoud, en ten slotte naar een kust waar de bergen steil in zee vallen.
Sogno Italiano e-book
Rijd de mooiste routes door Italië — zonder te missen wat ertoe doet
12 zorgvuldig samengestelde autoroutes met de mooiste wegen, stopplaatsen en tips per route. Bespaar jezelf uren uitzoekwerk en reis met de zekerheid van een expert. 100+ pagina’s.
Dag 1 en 2: Matera, de stad in de rots
De route begint in Matera, aan de rand van de kloof van de Gravina. De Sassi, twee wijken van grotwoningen en rotskerken, liggen als een amfitheater tegen de helling. Ze werden in de jaren vijftig ontruimd en staan sinds 1993 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Twee dagen is de juiste maat. De eerste dag gaat naar Sasso Barisano, de Civita en de kathedraal. De tweede dag is voor Sasso Caveoso, de rotskerken en de wandeling door de kloof naar het uitzichtpunt van Murgia Timone. Vanaf daar ligt de hele stad in één beeld tegenover je.
’s Avonds wordt Matera stil. De dagbezoekers zijn vertrokken, in de grotten gaan de lampen aan, en op de trappen is alleen het geluid van voetstappen op kalksteen te horen. Wie hier slaapt, ziet een andere stad dan wie om vijf uur terugrijdt naar de kust.
Praktisch: Matera ligt op ongeveer een uur rijden van de luchthaven van Bari, het logische begin van deze route. Neem de huurauto pas mee de stad in als je slaapplek parkeren regelt, want de Sassi en het oude centrum vallen binnen een ZTL. Een hotel in een verbouwde grotwoning in Sasso Barisano ligt het dichtst bij restaurants en de bovenstad. Reken op twee nachten.
Dag 3: van Matera naar Castelmezzano en Pietrapertosa
Westelijk van Matera verdwijnt het kalkplateau. De weg daalt af naar het dal van de Basento, waar de snelweg Basentana door een brede vallei met graanvelden en industriële kernen loopt. Na Calciano stijgt de route het bos in. Dan doemen ze op: grijsbruine zandsteenpieken, scherp als tanden, die uit de eiken en kastanjes steken. Dit zijn de Dolomiti Lucane, en tegen hun flanken liggen twee dorpen die eruitzien alsof ze tegen de rots zijn geplakt.
Castelmezzano ligt in een kom tussen de pieken, met huizen die trapsgewijs tegen de helling op klimmen. Een in de rots gehouwen trap voert naar de resten van een Normandisch kasteel, waar alleen nog een uitzicht over is. Pietrapertosa ligt aan de overkant van de vallei op ruim duizend meter, het hoogste dorp van Basilicata. De oudste wijk heet de Arabata, naar de Saracenen die hier in de negende eeuw een vesting hadden. Tussen de twee dorpen loopt het Sentiero delle Sette Pietre, een oud boerenpad van ongeveer twee kilometer. Wie het sneller wil, neemt de Volo dell’Angelo en glijdt in een harnas aan een staalkabel over de vallei.
Meer over dit berggebied, met ook Acerenza en de dorpen van het zuiden, staat in het artikel over de Lucaanse Apennijnen.
Praktisch: van Matera naar Castelmezzano is het ongeveer honderd kilometer en anderhalf uur rijden. Parkeer aan de rand van de dorpen, want de stegen zijn te smal voor auto’s. Een B&B in Castelmezzano of Pietrapertosa geeft de kans om de pieken in het avondlicht te zien, wanneer de rotsen oranje kleuren en de dagjesmensen weg zijn. De Volo dell’Angelo is open van mei tot november volgens een vaste kalender; reserveer vooraf.
Dag 4: Craco en Aliano, door het land van de calanchi
De vierde dag rijdt de route terug naar het dal van de Basento en dan zuidwaarts, het binnenland in. Het bos maakt plaats voor een landschap dat in Italië weinig gelijken heeft. De heuvels bestaan hier uit klei, en regen en wind hebben ze uitgesleten tot geplooide, grijswitte ruggen zonder één boom: de calanchi. In het vroege ochtendlicht lijken ze op een maanlandschap; in de middag weerkaatsen ze de hitte.
Op een van die heuvels staat Craco, met een middeleeuwse toren als kroon. Het dorp werd vanaf 1963 na een reeks aardverschuivingen verlaten. Wat achterbleef, is een complete stad zonder inwoners: kerken met ingestorte daken, palazzi met lege raamkozijnen en stegen waarin alleen de wind beweegt. Filmmakers gebruikten Craco voor onder meer The Passion of the Christ en Quantum of Solace. Een bezoek kan alleen met een gids, met helm, over een vaste route langs de veilige delen.
Veertig minuten verder ligt Aliano, op de rand van de calanchi. In 1935 werd de Turijnse arts, schilder en schrijver Carlo Levi hier door het fascistische regime in ballingschap gestuurd. Zijn ervaringen beschreef hij later in Christus kwam niet verder dan Eboli, het boek dat Italië confronteerde met de armoede van het zuiden en dat de ontruiming van de Sassi van Matera mede in gang zette. Het huis waar Levi woonde, is te bezoeken. Een klein museum toont zijn schilderijen van de boeren van Aliano. Levi koos ervoor om hier begraven te worden, op het kerkhof aan de rand van het dorp, met uitzicht over de kleiheuvels.
Praktisch: van Castelmezzano naar Craco is het ongeveer anderhalf uur rijden, van Craco naar Aliano nog veertig minuten. Reken voor Craco op anderhalf tot twee uur, inclusief de rondleiding; de rondleidingen vertrekken op vaste tijden. Een agriturismo tussen de calanchi rond Aliano is de rustigste plek voor deze nacht. Vermijd de middaghitte in juli en augustus, want schaduw is hier schaars.
Dag 5: van Aliano naar het Pollino
Vanuit Aliano daalt de weg af naar het dal van de Agri en volgt dan de Sinni naar het zuidwesten. De kleiheuvels worden groen, het water van het stuwmeer van Monte Cotugno glinstert tussen de heuvels, en aan de horizon verschijnen de kalkkammen van het Pollino. Dit is het grootste nationale park van Italië, en het grenst aan Calabrië.
Rotonda, aan de voet van het massief, is de zetel van het park en het makkelijkste begin. Het dorp is bekend om twee producten met een beschermde herkomst: de rode aubergine van Rotonda, die meer op een tomaat lijkt, en de witte boon die in de koele dalen wordt geteeld. Vlakbij ligt Viggianello, een middeleeuws dorp met een kasteel op de top van de heuvel. Vanaf de Colle dell’Impiso, een bergpas boven Rotonda, begint de bekendste wandeling van het park: door beukenbossen naar de hoogvlakte van de Piani di Pollino. Daarboven, op de kale toppen, groeit de pino loricato, een pijnboom met een schors als een harnas die eeuwenlang wind en sneeuw weerstaat.
Praktisch: van Aliano naar Rotonda is het ongeveer honderd kilometer en anderhalf uur rijden. De wandeling van de Colle dell’Impiso naar de Piani di Pollino duurt ongeveer een uur heen; trek een hele dag uit voor de hogere toppen en neem in het voorjaar en najaar warme kleding mee. Een accommodatie in of rond Rotonda of Viggianello ligt het dichtst bij de wandelpaden. Tussen november en april kan op de hogere wegen sneeuw liggen.
Dag 6: van het Pollino naar Maratea
De laatste etappe is de kortste, maar het landschap verandert er het meest. Vanuit Rotonda gaat de route via de snelweg naar Lauria en buigt dan af naar het westen. De weg daalt door bossen en kloven, de lucht wordt vochtiger, en ineens ligt daar de zee: donkerblauw, diep, met bergen die er recht in vallen.
Maratea is het enige stuk Basilicata aan de Tyrreense Zee. Het oude centrum ligt verscholen in een plooi van de berg, met smalle straten, kleine pleinen en een overvloed aan kerken. Boven het dorp staat op de top van de Monte San Biagio sinds 1965 een ruim twintig meter hoog Christusbeeld. Het kijkt niet uit over zee maar naar het binnenland, met de armen gespreid boven de golf van Policastro. Een kronkelende weg, met een stuk dat als een balkon tegen de rots hangt, voert naar boven. Daar ligt de hele kust in één beeld, van de haven van Maratea tot de kapen van Calabrië.
Beneden liggen de baaien, met kiezels, rotsen en een paar stranden van donker zand. Fiumicello en Acquafredda zijn de bekendste. De kleine haven is in de avond de plek voor een glas wijn en vis van die dag. Na vijf dagen binnenland voelt de zee als een beloning.
Praktisch: van Rotonda naar Maratea is het ongeveer zestig kilometer en een uur rijden. Neem minimaal twee nachten om na de route ook een dag aan zee te hebben. Een vakantiewoning boven de baai van Fiumicello biedt uitzicht op zee en de haven op loopafstand. Voor de terugreis ligt Napels op ruim twee uur rijden; Maratea heeft ook een station aan de spoorlijn tussen Napels en Reggio Calabria.
De route in het kort: afstanden en beste reisperiode
De volledige roadtrip door Basilicata is ruim vierhonderd kilometer lang. Matera–Castelmezzano is ongeveer honderd kilometer (anderhalf uur). Van Castelmezzano via Craco naar Aliano is het ongeveer honderdveertig kilometer (ruim twee uur rijden in totaal). Aliano–Rotonda is ongeveer honderd kilometer (anderhalf uur) en Rotonda–Maratea zestig kilometer (een uur). Met een aankomst in Bari en een vertrek vanuit Napels hoeft de route niet terug naar het beginpunt. Met een huurauto die op een andere plek wordt ingeleverd, kost dat meestal een toeslag.
De beste reisperiode voor deze route is mei, juni en september. Dan zijn de wegen in het Pollino sneeuwvrij, is de Volo dell’Angelo open en is het aan zee warm genoeg om te zwemmen, zonder de hitte van juli en augustus in de calanchi. In oktober is de route nog goed te rijden, met minder bezoekers en de eerste herfstkleuren in de beukenbossen, maar de zee is dan te koel voor de meeste zwemmers.
Wie minder tijd heeft, kan de route inkorten tot vier dagen: één nacht Matera, één nacht in de Dolomiti Lucane en twee nachten aan zee, met Craco als tussenstop. Wie juist meer tijd heeft, maakt van Matera een uitvalsbasis voor een dag naar Metaponto en de Griekse tempel aan de Ionische kust. Een andere optie is doorrijden van Maratea naar het zuiden voor een roadtrip door Calabrië.
Veelgestelde vragen over een roadtrip door Basilicata
Hoeveel dagen heb je nodig voor een roadtrip door Basilicata?
Voor een roadtrip door Basilicata van Matera naar Maratea zijn zes dagen een goede maat: twee voor Matera en één per etappe voor de Dolomiti Lucane, Craco en Aliano, het Pollino en de kust. Met vier dagen is de route te rijden, maar dan blijft er weinig tijd over om te wandelen of te zwemmen. Wie Basilicata combineert met Puglia of Calabrië, rekent meestal op tien dagen tot twee weken.
Is een huurauto nodig in Basilicata?
Een huurauto is voor een rondreis door Basilicata vrijwel onmisbaar. Treinen rijden alleen op een paar lijnen, zoals Bari–Matera en de kustlijn langs Maratea, en bussen naar de bergdorpen gaan een paar keer per dag. De wegen zijn over het algemeen goed, maar in de bergen smal en bochtig, dus reken op een lagere gemiddelde snelheid dan op de kaart.
Waar begin en eindig je een roadtrip door Basilicata?
De meest praktische opzet is beginnen in Bari, met Matera als eerste stop op een uur rijden, en eindigen in Napels, op ruim twee uur rijden van Maratea. Zo hoeft de route niet terug naar het beginpunt. Wie liever een rondrit maakt, rijdt vanuit Maratea in ongeveer drie en een half uur terug naar Bari.
Wat is de beste tijd voor een roadtrip door Basilicata?
De beste tijd voor een roadtrip door Basilicata is mei, juni en september. De bergwegen in het Pollino zijn dan sneeuwvrij, de temperaturen in Matera en het binnenland zijn aangenaam, en de zee bij Maratea is warm genoeg om te zwemmen. In juli en augustus is het in de calanchi rond Craco en Aliano erg heet, en tussen november en april kan op de hogere wegen sneeuw liggen.
Is Craco te bezoeken?
Craco is te bezoeken, maar alleen met een rondleiding over een vaste, beveiligde route door het verlaten dorp, met een helm. Een bezoek duurt ongeveer anderhalf uur. De rondleidingen vertrekken op vaste tijden en kunnen vooraf worden gereserveerd. Craco ligt op ongeveer een uur rijden van Matera en laat zich combineren met Aliano of met Metaponto aan de Ionische kust.

