Stedentrip Trentino - Alto Adige

Merano: kuuroordstad tussen Alpen en palmen

Merano ligt waar de Passer uit de bergen het dal van de Adige in stroomt, op dertig kilometer van Bolzano. Palmen en ceders staan er langs de rivier, terwijl de toppen van de Texelgroep tot laat in het voorjaar wit blijven. Die tegenstelling maakte de stad in de negentiende eeuw tot een van de beroemdste kuuroorden van Europa, en ze bepaalt nog altijd het karakter van de op één na grootste stad van Zuid-Tirol.

Wie door Merano loopt, ziet twee steden door elkaar heen: een middeleeuwse handelsplaats met arcaden en stadspoorten, en een elegante kuurstad met villa’s, promenades en een Jugendstil-Kurhaus aan het water.

Waar ligt Merano?

Merano, in het Duits Meran, ligt in het westen van Zuid-Tirol, op ongeveer 325 meter hoogte. Het dal is naar het zuiden open en naar het noorden beschut door de Alpen, wat de stad een opvallend mild klimaat geeft. De winters zijn zacht en droog, de zomers warm maar zelden drukkend.

Vanuit Merano lopen drie dalen de bergen in: de Vinschgau naar het westen, het Passeiertal naar het noorden en het Ultental naar het zuidwesten. De stad telt ruim veertigduizend inwoners en is na Bolzano de belangrijkste stad van de provincie.

Foto enzoo.romanoo

Van bergstad tot keizerlijk kuuroord

Tot halverwege de negentiende eeuw was Merano een bescheiden marktstad. Dat veranderde toen artsen het milde klimaat gingen aanbevelen voor patiënten met longklachten. Vanaf de jaren 1850 kwamen bezoekers uit heel Oostenrijk-Hongarije en daarbuiten voor de lucht, de rust en de druivenkuur, waarbij kuurgasten in de herfst grote hoeveelheden verse druiven aten.

De komst van keizerin Elisabeth, Sisi, gaf de stad internationale glans. Ze verbleef in 1870 voor het eerst in Merano, op Kasteel Trauttmansdorff, en keerde later terug. Hotels, villa’s en kuurvoorzieningen volgden snel, en in 1881 kreeg Merano een spoorverbinding met Bolzano.

Na de Eerste Wereldoorlog kwam Merano met de rest van Zuid-Tirol bij Italië. De Oostenrijkse en Italiaanse invloeden lopen er sindsdien door elkaar: in de tweetalige straatnamen, in de koffiehuizen naar Weens model en in een theaterprogramma waarin Verdi en Strauss naast elkaar staan.

Lees ook  Taormina te voet: ultieme wandelroute, Funivia en verborgen plekjes
Merano in Zuid-Tirol

Bezienswaardigheden in Merano

De Lauben en de oude stad

Het middeleeuwse hart van Merano draait om de Lauben, een lange winkelstraat onder arcaden die sinds de dertiende eeuw het commerciële centrum van de stad is. Onder de bogen zitten bakkers, slagers met speck en kleine winkels naast modezaken. Kunst Meran, een tentoonstellingsruimte voor hedendaagse kunst, zit in een van de smalle huizen aan de straat.

Sogno Italiano selectie
Op zoek naar bijzondere hotels in Italië?
Bekijk onze selectie met favoriete adresjes door heel Italië — van stijlvolle masseria’s tot droomhotels aan de meren en verborgen plekken met karakter.


Bekijk de selectie

Aan het eind van de Lauben staat de gotische parochiekerk van Sint-Nicolaas met haar hoge toren. Van de middeleeuwse stadsomwalling zijn drie poorten bewaard gebleven: de Porta Venosta, de Porta Passiria en de Porta Bolzano. Ze markeren de grens tussen de oude stad en de wijken die in de kuurtijd werden aangelegd.

Het Kurhaus en de promenades

Aan de Passer staat het Kurhaus, het symbool van de kuurstad. Het oorspronkelijke gebouw dateert uit 1874; tussen 1912 en 1914 kreeg het een grote uitbreiding in Jugendstil, met een zaal onder een koepel, ronde vensters en rijk stucwerk. Vandaag is het een concert- en congresgebouw.

Langs de rivier lopen twee promenades. De Passeggiata d’Inverno, de Winterpromenade, ligt op de zonnige noordoever en was bedoeld voor kuurgasten die in de koude maanden in de zon wilden wandelen. De Passeggiata d’Estate aan de overkant ligt in de schaduw van bomen en is in de zomer koel. Een ochtendwandeling over beide promenades geeft een goed beeld van de stad.

De tuinen van Trauttmansdorff

Op twee kilometer van het centrum ligt Kasteel Trauttmansdorff, waar Sisi logeerde. De tuinen rond het kasteel behoren tot de meest bezochte botanische tuinen van Italië. Ruim tachtig tuinlandschappen lopen als een amfitheater de helling af, van een olijfgaard en een rijstveld tot een bos met Zuid-Tiroolse boomsoorten. In het kasteel zelf vertelt het Touriseum de geschiedenis van tweehonderd jaar toerisme in de Alpen.

De tuinen zijn van april tot half november open. Voor een bezoek is een halve dag nodig.

Therme Meran

Het hedendaagse kuurleven speelt zich af in Therme Meran, een glazen kubus van architect Matteo Thun in het centrum. Het complex heeft binnen- en buitenbaden, sauna’s en een park met uitzicht op de bergen. Vooral in de herfst en winter is het een logische aanvulling op een dag wandelen.

Lees ook  Stresa: de elegante poort tot het Lago Maggiore

Castel Tirolo en Dorf Tirol

Boven Merano ligt het dorp Tirolo, met een stoeltjeslift vanuit de stad bereikbaar. Een wandelpad door wijngaarden leidt verder naar Castel Tirolo, de middeleeuwse burcht van de graven van Tirol, die het hele graafschap zijn naam gaf. In het kasteel zit het Zuid-Tiroolse museum voor cultuur- en regiogeschiedenis, met een vaste presentatie die loopt van de prehistorie tot de autonomie van vandaag.

Merano in Zuid-Tirol

Wandelen rond Merano

De Tappeinerweg is de bekendste wandeling van de stad. Het pad, eind negentiende eeuw aangelegd op initiatief van de arts Franz Tappeiner, loopt ongeveer vier kilometer lang langs de helling van de Küchelberg, met uitzicht over daken, kerktorens en boomgaarden.

Typisch voor de omgeving zijn de Waalwege, paden langs oude irrigatiekanalen die water naar de boomgaarden en wijngaarden leiden. Ze zijn vlak, grotendeels beschaduwd en daarom ook in de zomer prettig. De Marlinger Waalweg ten westen van de stad is een van de langste.

Voor ervaren wandelaars loopt de Meraner Höhenweg in een meerdaagse ronde van ongeveer honderd kilometer om het natuurpark Texelgroep. In de winter is het skigebied Merano 2000 met een kabelbaan vanuit de rand van de stad bereikbaar, met pistes, winterwandelpaden en een rodelbaan. Wie meer van de omgeving wil zien, rijdt verder door de Vinschgau naar het ommuurde stadje Glorenza.

Merano door het jaar

In april en mei staan de tuinen en de appelboomgaarden in het dal in bloei. De zomer is het seizoen van de wandelingen en de bergen, terwijl in september de wijnoogst begint en de herfstkleuren de hellingen veranderen. In november trekt het Merano WineFestival wijnmakers uit heel Italië en daarbuiten.

Vanaf eind november staat de kerstmarkt langs de Passerpromenade, met houten kraampjes onder de bomen. Merano is daardoor ook in december een geliefde bestemming; meer daarover staat in het artikel over Merano als kerstbestemming. Wie in die weken een overnachting in de stad zoekt, boekt die het best ruim vooraf.

Merano in Zuid-Tirol

Eten en drinken in Merano

De keuken van Merano volgt de dubbele identiteit van Zuid-Tirol. Op dezelfde kaart staan canederli en speck, Schlutzkrapfen met spinazie en Kaiserschmarrn naast pasta en risotto. De appels uit de Vinschgau en de wijnen van de hellingen rond de stad, zoals vernatsch en lagrein, maken de streek compleet.

Lees ook  Ontdek het oude stadje Osimo: geheimzinnig en mysterieus

In de herfst serveren boerenherbergen rond Merano nieuwe wijn, kastanjes en stevige streekgerechten tijdens het Törggelen. Een agriturismo in de heuvels boven de stad is een goede plek om die traditie mee te maken.

Waar slapen in Merano?

Merano heeft een lange traditie van gastvrijheid, en dat is aan het aanbod te zien. In de stad staan historische kuurpaleizen naast moderne adressen met eigen wellness. Een hotel in de buurt van de Passerpromenade ligt op loopafstand van de Lauben, de thermen en het station.

Wie liever rust en uitzicht zoekt, kijkt naar de dorpen op de hellingen, zoals Tirolo, Scena en Lagundo. Een B&B in een van die dorpen ligt vaak tussen de wijngaarden, op een paar minuten rijden van het centrum. Een voorbeeld van een luxe adres op de helling is Villa Tivoli.

Merano in Zuid-Tirol

Bereikbaarheid en praktische informatie

Merano ligt dertig kilometer ten noordwesten van Bolzano. Met de auto is het via de autoweg MeBo ongeveer een half uur rijden; de trein doet er ongeveer veertig minuten over. Vanuit Merano rijdt de Vinschgau-spoorlijn verder naar Malles. Naar Glorenza is het ongeveer zestig kilometer, een uur rijden.

Het historische centrum is grotendeels autovrij. Parkeren kan het best in een van de parkeergarages aan de rand van de oude stad, waarna alles te voet bereikbaar is. Voor de stad zelf zijn twee dagen voldoende; met wandelingen in de omgeving vult Merano makkelijk een volledige week als uitvalsbasis.

Merano in Zuid-Tirol

Veelgestelde vragen over Merano

Wat zijn de belangrijkste bezienswaardigheden in Merano?
De belangrijkste bezienswaardigheden van Merano zijn de Lauben, de middeleeuwse arcadestraat, het Kurhaus aan de Passer, de tuinen van Kasteel Trauttmansdorff en Therme Meran. Boven de stad liggen Castel Tirolo en de Tappeinerweg, een wandelpad met uitzicht over de stad.

Hoeveel dagen heb je nodig voor Merano?
Voor de stad zelf zijn twee dagen genoeg: één voor de oude stad, het Kurhaus en de promenades, en één voor de tuinen van Trauttmansdorff en de thermen. Met wandelingen in de omgeving, zoals de Waalwege en de Meraner Höhenweg, is Merano geschikt voor een verblijf van een week.

Wat is de beste tijd om Merano te bezoeken?
Het voorjaar en de herfst zijn de beste periodes om Merano te bezoeken. In april en mei bloeien de tuinen en boomgaarden, in september en oktober zijn er de wijnoogst en het Törggelen. Vanaf eind november trekt de kerstmarkt langs de Passer veel bezoekers.

Hoe kom je van Bolzano naar Merano?
Van Bolzano naar Merano is het dertig kilometer, ongeveer een half uur rijden over de autoweg MeBo. De trein tussen beide steden rijdt de hele dag door en doet er ongeveer veertig minuten over. Het station van Merano ligt op loopafstand van het centrum.