Op de Brennerpas verandert het landschap nauwelijks, de taal op de borden wel. Ten zuiden van de grens begint Zuid-Tirol, de noordelijkste provincie van Italië en de Duitstalige helft van de autonome regio Trentino-Alto Adige. Een vakantie in Zuid-Tirol voert door een gebied waar kerktorens uivormige spitsen dragen, waar speck en risotto op dezelfde kaart staan en waar de Dolomieten zo dicht bij de stad liggen dat de rotswanden in het avondlicht boven de daken van Bolzano oplichten.
Zuid-Tirol heet Alto Adige in het Italiaans en Südtirol in het Duits. De provincie is compact, goed georganiseerd en verrassend gevarieerd. Binnen een uur rijden maken wijngaarden met palmbomen plaats voor hoogalpiene weiden op tweeduizend meter. Deze gids volgt die afwisseling: van de steden in het dal naar de Dolomietendalen, van de droge Vinschgau in het westen tot de groene Val Pusteria in het oosten.
Waar ligt Zuid-Tirol?
Zuid-Tirol beslaat het noordelijkste puntje van Italië. In het noorden en oosten grenst de provincie aan Oostenrijk, in het westen aan Zwitserland. In het zuiden gaat ze over in Trentino, in het zuidoosten in de Veneto. Bestuurlijk is het de Autonome Provincie Bolzano, met ruim een half miljoen inwoners op ongeveer 7.400 vierkante kilometer, vrijwel allemaal berg en dal.
De geschiedenis verklaart het Duitse karakter. Tot 1919 hoorde het gebied bij Oostenrijk-Hongarije; na de Eerste Wereldoorlog kwam het bij Italië. Sinds het autonomiestatuut van 1972 regelt de provincie een groot deel van haar eigen zaken en zijn Duits en Italiaans gelijkwaardige officiële talen. Ongeveer twee derde van de bevolking spreekt Duits als moedertaal, ruim een kwart Italiaans. In de Val Gardena en Alta Badia klinkt daarnaast Ladinisch, een Retoromaanse taal die ouder is dan beide.
Elke plaats heeft daardoor twee namen, soms drie. Bolzano is Bozen, Bressanone is Brixen, Ortisei heet in het Ladinisch Urtijëi. Wie een verblijf boekt via een Duitstalige website, komt vooral de Duitse namen tegen; navigatiesystemen herkennen beide.

Bolzano: hoofdstad tussen wijngaarden en bergen
Bolzano ligt in een kom waar de Isarco in de Adige stroomt, omringd door hellingen vol wijnstokken. In de zomer is het hier warmer dan in veel steden verder naar het zuiden. De binnenstad draait om de Lauben, een middeleeuwse winkelstraat onder arcaden, en om Piazza Walther, waar de gotische Dom zijn geglazuurde dakpannen boven de terrassen laat glanzen.
De bekendste bewoner van de stad is ruim vijfduizend jaar oud. In het Archeologisch Museum van Zuid-Tirol ligt Ötzi, de ijsmummie die in 1991 op een gletsjer aan de Oostenrijks-Italiaanse grens werd gevonden. Zijn kleding, wapens en laatste maaltijd geven een ongewoon precies beeld van het leven in de Kopertijd.
Boven de stad ligt de Renon, een hoogvlakte die met een kabelbaan in ruim tien minuten bereikbaar is. Daar lopen wandelpaden langs de aardpiramides, zandzuilen met een steen als hoed, en rijdt een smalspoortrein tussen de dorpen.
Bolzano vraagt één of twee dagen en laat zich goed combineren met de wijnstraat ten zuiden van de stad. Een hotel in de oude binnenstad maakt de auto overbodig. Parkeren in het centrum kan alleen in de garages aan de rand van de oude stad.

Merano en het kuurleven
Dertig kilometer naar het noordwesten opent het dal zich naar Merano. In de negentiende eeuw groeide de stad uit tot kuuroord voor de Europese adel, en die tijd is nog overal zichtbaar: in het Kurhaus aan de rivier de Passer, in villa’s met torentjes en in promenades waar palmen en ceders naast elkaar staan. Keizerin Elisabeth, beter bekend als Sisi, logeerde meerdere keren op Kasteel Trauttmansdorff, waarvan de tuinen nu tot de meest bezochte botanische tuinen van Italië behoren.
Het hedendaagse kuurleven speelt zich af in de Therme Meran, een glazen badhuis van architect Matteo Thun midden in de stad. Wie liever loopt, neemt de Tappeinerweg, een pad hoog langs de berghelling met uitzicht over daken en appelboomgaarden. Boven het dorp Tirolo staat Castel Tirolo, de burcht die de hele streek zijn naam gaf.
Merano verdient minstens twee nachten, want de stad wordt pas ’s avonds en vroeg in de ochtend echt stil. Voor een rustigere accommodatie liggen de dorpen Tirolo en Scena op een paar kilometer boven de stad, met uitzicht over het dal.

Bressanone, Vipiteno en het Eisacktal
Ten noorden van Bolzano loopt het Eisacktal, de oude route naar de Brenner, al gebruikt door Romeinen, pelgrims en keizers. Bressanone was eeuwenlang de zetel van prins-bisschoppen en heeft daar een compacte, rijke binnenstad aan overgehouden. De Dom kreeg in de achttiende eeuw plafondschilderingen van Paul Troger; in de kloostergang ernaast vertellen fresco’s uit de veertiende en vijftiende eeuw bijbelverhalen in heldere kleuren. Even buiten de stad ligt de abdij van Novacella, een augustijnenklooster uit 1142 met een eigen wijnmakerij.
Verder naar het noorden volgt Vipiteno, Sterzing in het Duits, een oude handelsstad met een brede hoofdstraat vol erkers en de Zwölferturm als middelpunt. Ter hoogte van Chiusa buigt de Val di Funes naar het oosten af. In dat dal staat het kerkje van Santa Maddalena voor de grillige toppen van de Odle, een van de meest gefotografeerde beelden van de Dolomieten.
Bressanone is een rustigere uitvalsbasis dan Bolzano, met korte verbindingen naar zowel de Val di Funes als de Val Pusteria. Vipiteno werkt goed voor een eerste of laatste overnachting op de route over de Brenner.

De Dolomieten van Zuid-Tirol
Een groot deel van de Dolomieten, sinds 2009 UNESCO-werelderfgoed, ligt in Zuid-Tirol. Het gesteente is versteend koraalrif. Dat verklaart de lichte kleur en het verschijnsel dat de wanden bij zonsondergang roze en oranje kleuren, in het Ladinisch enrosadira genoemd.
Val Gardena, Alpe di Siusi en Castelrotto
De Val Gardena is het bekendste Dolomietendal, met Ortisei als hoofdplaats. Het dorp heeft een eeuwenoude houtsnijtraditie en een Ladinische identiteit die zich laat zien in taal, kerkfeesten en de beelden in de etalages. Vanuit Ortisei gaan kabelbanen naar de Seceda, waar een groene graswand abrupt eindigt in een scherpe rotsrand, en naar de Alpe di Siusi.
Die hoogvlakte, de Seiser Alm, is met ruim vijftig vierkante kilometer de grootste hoogalm van Europa. De weg ernaartoe is in het seizoen overdag afgesloten voor gewone auto’s, zodat de kabelbaan vanuit Siusi of Ortisei de gangbare toegang is. Aan de rand van het plateau ligt Castelrotto, een dorp met beschilderde gevels en een kerktoren die boven alles uitsteekt.

De passen en de grote Dolomietenweg
Rond het Sella-massief liggen de beroemde passen: de Passo Sella, de Passo Gardena en verder naar het zuiden de Passo Pordoi. De klassieke autoroute is de Grande Strada delle Dolomiti, die vanuit Bolzano langs het Lago di Carezza naar Cortina d’Ampezzo voert. Als dagtocht werkt de Dolomieten-panoramaroute van Bolzano naar Canazei goed.
Alta Badia en de Tre Cime
Aan de oostkant van de Sella ligt Alta Badia, met Corvara en La Villa als belangrijkste dorpen. Ook hier is het Ladinisch de dagelijkse taal, en de keuken van het dal heeft een eigen naam opgebouwd. Nog verder naar het oosten, op de grens met de Veneto, staan de Tre Cime di Lavaredo, de Drei Zinnen. Vanuit Sesto in Zuid-Tirol leidt het Val Fiscalina naar de noordkant van de drie rotstorens.
Een B&B in Ortisei of Corvara ligt centraal ten opzichte van de passen. Juli en augustus zijn druk op de wegen en bij de liften; in de tweede helft van juni en in september is het rustiger, terwijl de meeste kabelbanen dan doorgaans al of nog draaien.
Val Pusteria en het Lago di Braies
Bij Bressanone buigt de Val Pusteria naar het oosten af, richting de Oostenrijkse grens. Het dal is breder en groener dan het Eisacktal, met boerderijen op de hellingen en Brunico als hoofdplaats. Boven de stad ligt de Plan de Corones, in de winter een skiberg en in de zomer de plek van een bergmuseum van Reinhold Messner in een gebouw van Zaha Hadid. Verder naar het oosten staat in San Candido een romaanse collegiale kerk, een van de belangrijkste van de Alpen.
Vanuit het hoofddal lopen zijdalen naar het zuiden, de Dolomieten in. Het bekendste eindigt bij het Lago di Braies, een groenblauw meer op bijna 1.500 meter hoogte aan de voet van de Croda del Becco. Een pad rond het meer kost ongeveer een uur. Voor wie meer bergmeren wil zien, staan de mooiste bergmeren van de Dolomieten in een apart overzicht.
Het Lago di Braies is in het hoogseizoen zo populair dat de toegang voor auto’s overdag gereguleerd is; vooraf reserveren is dan nodig, dus check de actuele regels voor vertrek. Vroeg in de ochtend is het meer het stilst. Wie meerdere dagen in het oosten blijft, kiest met een vakantiewoning in een van de zijdalen voor rust buiten de doorgaande weg.

Vinschgau en de Stelviopas
Ten westen van Merano ligt de Vinschgau, de Val Venosta. Het is het droogste dal van Zuid-Tirol, met appelboomgaarden die bevloeid worden via eeuwenoude kanalen. Langs die kanalen lopen de Waalwege, vlakke wandelpaden door boomgaarden en langs romaanse kerkjes. Glorenza, Glurns in het Duits, is een van de kleinste steden van Italië en nog volledig ommuurd.
Bovenin het dal, vlak bij de Oostenrijkse grens, steekt bij Curon een kerktoren uit het Lago di Resia. Het oude dorp verdween in 1950 onder water toen een stuwmeer werd aangelegd; alleen de toren bleef staan. Zuidelijker begint bij Prato allo Stelvio de weg naar de Stelviopas, die met 48 haarspeldbochten naar 2.757 meter klimt.
Van Merano naar Glorenza is het ongeveer zestig kilometer, een uur rijden. Glorenza of het naburige Malles is een rustige uitvalsbasis voor de Stelviopas en het Lago di Resia.

De wijnstraat ten zuiden van Bolzano
Tussen Bolzano en de grens met Trentino slingert de Zuid-Tiroolse Wijnstraat langs dorpen als Appiano, Caldaro en Termeno. De hellingen liggen hier op het zuiden en het klimaat is mild genoeg voor wijn die buiten de regio minder bekend is dan hij verdient. Termeno, Tramin in het Duits, gaf zijn naam aan de gewürztraminer; rond Bolzano groeit de lagrein, een donkere rode druif die nergens anders op deze schaal wordt verbouwd.
Het Lago di Caldaro geldt als een van de warmste zwemmeren van de Alpen en ligt tussen de wijngaarden. Verder naar het zuiden heeft Egna een arcadestraat die doet denken aan een kleinere versie van Bolzano.
De wijnstraat leent zich voor een dag fietsen of rijden met korte stops bij wijnhuizen. Wie in Caldaro wil overnachten, zit op een kwartier rijden van Bolzano en midden in de wijngaarden.

Eten en drinken in Zuid-Tirol
De keuken van Zuid-Tirol combineert het alpiene noorden met het Italiaanse zuiden, vaak op hetzelfde bord. Speck, koud gerookte ham, is het bekendste product. Canederli en speck vormen de basis van de berghutkeuken, aangevuld met Schlutzkrapfen, halvemaanvormige deegkussentjes met spinazie, en Kaiserschmarrn als zoete afsluiter. In de steden staan pasta en risotto er vanzelfsprekend naast.
In de herfst draait alles om Törggelen, de traditie waarbij nieuwe wijn, geroosterde kastanjes en stevige streekgerechten op tafel komen in boerenherbergen. Een agriturismo in het Eisacktal is een goede plek om die traditie mee te maken. Voor wie eten en landschap wil combineren, volgt een culinaire Dolomietentocht de dalen langs.
Zuid-Tirol in de winter
In de winter verandert Zuid-Tirol in een van de grootste skigebieden van Europa. Het verbond Dolomiti Superski koppelt ongeveer 1.200 kilometer piste in twaalf gebieden, waarvan de Val Gardena, Alta Badia en de Plan de Corones in Zuid-Tirol liggen. De Sellaronda, een rondje van ongeveer veertig kilometer om het Sella-massief over vier passen, is in één dag te skiën.
Vanaf eind november openen de kerstmarkten in Bolzano, Merano, Bressanone, Vipiteno en Brunico. Ze zijn kleiner en rustiger dan hun Duitse tegenhangers. Meer inspiratie staat in de winterbestemmingen in Zuid-Tirol en in een overzicht van de Dolomieten in de winter.
Rond de kerstdagen en in de voorjaarsvakanties werken veel hotels in de skidorpen met een minimum aantal nachten. Wie flexibel is, vindt in januari en maart de meeste ruimte.
Rondreis door Zuid-Tirol en bereikbaarheid
Vanuit midden-Nederland is het ruim duizend kilometer naar Bolzano, tien tot elf uur rijden via Duitsland, Oostenrijk en de Brennerautobahn. In Oostenrijk zijn een vignet en het tolgedeelte over de Brenner verplicht. Per trein reist men via München of Innsbruck en daarna over de Brennerspoorlijn; de dichtstbijzijnde grote vliegvelden zijn Innsbruck en Verona.
Binnen Zuid-Tirol rijden treinen naar Merano, door de Vinschgau tot Malles en door de Val Pusteria tot San Candido. Voor de Dolomietendalen en de passen is een auto het meest praktisch.
Een week is genoeg voor een rondreis door Zuid-Tirol met drie standplaatsen, bijvoorbeeld Merano, Bressanone en een hotel in de Val Gardena. Van Bolzano naar Merano is het dertig kilometer, naar Bressanone veertig en naar Ortisei ongeveer vijfendertig, telkens zo’n drie kwartier rijden. Van Bressanone naar het Lago di Braies is het zeventig kilometer, ruim een uur.
De beste reistijd hangt af van het doel. Van half juni tot eind september zijn de bergen open voor wandelaars, in september en oktober volgen wijnoogst en Törggelen, en van december tot maart is het skiseizoen. In april bloeien de appelbomen in de dalen rond Merano en in de Vinschgau.

Waar slapen in Zuid-Tirol?
De keuze voor een standplaats bepaalt de vakantie meer dan in veel andere regio’s. Bolzano en Merano zijn geschikt voor wie cultuur, terrassen en goede treinverbindingen zoekt. Voor de Dolomieten liggen Ortisei, Castelrotto en de dorpen van Alta Badia dichter bij de passen en de kabelbanen.
Bijzonder in Zuid-Tirol is het grote aanbod aan boerderijvakanties onder het label Roter Hahn, de Rode Haan. Een agriturismo met dat keurmerk is een werkend boerenbedrijf, vaak met eigen speck, appels of wijn bij het ontbijt. In de bergdorpen is halfpension gebruikelijk, ook bij kleinere adressen.
Voor juli en augustus is vroeg reserveren verstandig, net als voor de kerstperiode. Een appartement in een van de zijdalen is buiten die weken vaak voordeliger dan een kamer in de bekende dorpen.

Veelgestelde vragen over Zuid-Tirol
Hoort Zuid-Tirol bij Italië of bij Oostenrijk?
Zuid-Tirol hoort sinds 1919 bij Italië en vormt samen met Trentino de autonome regio Trentino-Alto Adige. Tot de Eerste Wereldoorlog was het gebied Oostenrijks, wat verklaart waarom ongeveer twee derde van de inwoners Duits spreekt. Duits en Italiaans zijn er gelijkwaardige officiële talen.
Wat is het verschil tussen Zuid-Tirol en Trentino?
Zuid-Tirol is de noordelijke, overwegend Duitstalige provincie met Bolzano als hoofdstad; Trentino is de zuidelijke, Italiaanstalige provincie rond Trento. Zuid-Tirol heeft een sterk Tiroolse cultuur en keuken, terwijl Trentino meer Italiaans aanvoelt en tot aan het Gardameer reikt. Beide provincies zijn met een rit van ongeveer een uur over de A22 te combineren.
Wat is de beste uitvalsbasis in Zuid-Tirol?
Dat hangt af van het reisdoel. Voor de Dolomieten liggen Ortisei, Castelrotto en Corvara het centraalst, voor cultuur en wellness is Merano de logische keuze en Bressanone ligt gunstig tussen de Val di Funes en de Val Pusteria. Bij een rondreis van een week werkt een combinatie van twee of drie standplaatsen het best.
Wanneer is de beste tijd om Zuid-Tirol te bezoeken?
Voor wandelen in de Dolomieten is de periode van half juni tot eind september het meest geschikt, met september als rustigste maand. September en oktober zijn de maanden van wijnoogst en Törggelen. Het skiseizoen loopt van december tot maart, en eind november beginnen de kerstmarkten.
Hoe lang is de reis met de auto van Nederland naar Zuid-Tirol?
Vanuit midden-Nederland is het ruim duizend kilometer naar Bolzano, wat neerkomt op tien tot elf uur rijden via Duitsland, Oostenrijk en de Brennerpas. Voor Oostenrijk zijn een vignet en tol voor de Brennerautobahn nodig. Veel reizigers verdelen de rit over twee dagen.
