Tussen Merano en Bressanone ligt een bergketen die de meeste reizigers via de snelweg en Bolzano omzeilen. Wie de kortere maar tragere weg kiest, rijdt door het Passeiertal omhoog naar de Jaufenpas, op 2.094 meter, en daalt aan de andere kant af naar Vipiteno in het Eisacktal. Het is een route van palmen naar bergweiden, van kuurstad naar middeleeuwse handelsstad, en via Bressanone en Chiusa naar de Val di Funes, waar het kerkje van Santa Maddalena voor de grijze toppen van de Odle staat.
De route is ongeveer 115 kilometer lang en voert door het hart van Zuid-Tirol. Zonder stops is ze in een middag te rijden, maar met de stad, het museum, de pas en de wandeling aan het eind zijn twee of drie dagen de betere maat.
Sogno Italiano e-book
Rijd de mooiste routes door Italië — zonder te missen wat ertoe doet
12 zorgvuldig samengestelde autoroutes met de mooiste wegen, stopplaatsen en tips per route. Bespaar jezelf uren uitzoekwerk en reis met de zekerheid van een expert. 100+ pagina’s.
Etappe 1: Merano, het vertrekpunt
De route begint in Merano, de kuurstad aan de Passer waar palmen en ceders langs de promenades staan. Wie de dag hier begint, loopt vroeg over de Winterpromenade langs de rivier of onder de arcaden van de Lauben, voordat de winkels opengaan. Boven de stad liggen de tuinen van Kasteel Trauttmansdorff, waar keizerin Elisabeth meerdere keren logeerde.
Merano is een logisch vertrekpunt omdat de stad op de drempel van het Passeiertal ligt. Het dal begint letterlijk aan de noordrand van de stad, waar de Passer uit de bergen komt.
Wie de avond voor vertrek in Merano doorbrengt, vindt in de dorpen boven de stad, zoals Tirolo en Scena, een rustig hotel met uitzicht over het dal. Van Merano naar San Leonardo in Passiria is het ongeveer twintig kilometer, een half uur rijden.

Etappe 2: door het Passeiertal naar San Leonardo
Het Passeiertal is smal en groen, met boerderijen tegen steile hellingen en een rivier die in het voorjaar snel door het dal stroomt. Het is het dal van Andreas Hofer, de herbergier en volksheld die in 1809 de Tiroolse opstand tegen de Beierse en Franse bezetting leidde. Zijn geboortehuis, de Sandhof bij San Leonardo, is nu een museum over zijn leven en over de geschiedenis van het dal.
San Leonardo in Passiria, in het Duits St. Leonhard, is de hoofdplaats van het dal en het punt waar de weg zich splitst. Rechtdoor gaat de weg verder naar de Timmelsjoch, de grensovergang naar het Oostenrijkse Ötztal, die alleen in de zomer open is. Rechtsaf begint de klim naar de Jaufenpas.
Voor de klim is San Leonardo de laatste plek met een ruime keuze aan restaurants en winkels. Wie de route in drie dagen rijdt, slaapt hier op een agriturismo in het dal en begint de pas met frisse ogen. Van San Leonardo naar de Jaufenpas is het ongeveer twintig kilometer, drie kwartier rijden.

Etappe 3: over de Jaufenpas naar Vipiteno
Vanuit San Leonardo klimt de weg in een lange reeks haarspeldbochten de helling op, eerst door sparrenbos en daarna over open bergweiden. De weg is smal en bochtig maar goed onderhouden; op zomerse dagen delen auto’s hem met motorrijders en wielrenners die de klim als uitdaging zien.
Op de pas zelf, op 2.094 meter, staat een berghut met een terras. Het uitzicht reikt naar het westen over de Texelgroep en naar het noorden over de bergen van de Stubaier Alpen. De Jaufenpas ligt niet in de Dolomieten maar in de centrale Alpen; de bergen zijn hier donkerder en ronder dan de bleke rotstorens verder naar het oosten.
De afdaling naar het noorden is breder en geleidelijker. De weg volgt het Jaufental tot aan Vipiteno, de oude handelsstad aan de Brennerroute. Daar wacht een brede hoofdstraat met pastelkleurige gevels, erkers en de Zwölferturm als middelpunt.
De Jaufenpas is in de regel open van eind mei tot begin november en in de winter gesloten. Van de pas naar Vipiteno is het ongeveer twintig kilometer, een half uur rijden. Vipiteno is een goede plek voor een overnachting halverwege de route.

Etappe 4: van Vipiteno door het Eisacktal naar Bressanone
Vanaf Vipiteno volgt de route het Eisacktal naar het zuiden, langs de rivier, de spoorlijn en de Brennerautobahn. Bij Fortezza sluit een negentiende-eeuwse Habsburgse vesting het dal af, een enorm complex van granieten muren dat tegenwoordig tentoonstellingen huisvest.
Even verderop ligt Bressanone, de oude bisschopsstad tussen wijngaarden en kastanjebossen. De Dom heeft plafondschilderingen van Paul Troger, de kloostergang ernaast middeleeuwse fresco’s, en in de Hofburg, het paleis van de prins-bisschoppen, zit het Diocesaan Museum. Net ten noorden van de stad ligt de abdij van Novacella, met een eigen wijnmakerij die bekend is om witte wijnen als sylvaner en kerner.
Bressanone is de meest centrale uitvalsbasis van de route, met de Val di Funes op een half uur rijden. Van Vipiteno naar Bressanone is het ongeveer dertig kilometer, een half uur rijden.

Etappe 5: via Chiusa naar de Val di Funes
Ten zuiden van Bressanone ligt Chiusa, een klein stadje aan de Isarco met boven op de rots het klooster van Sabiona, ooit de zetel van de bisschoppen voordat die naar Bressanone verhuisden. De klim naar het klooster loopt over een oud pad met kruiswegstaties en kost een half uur.
Bij Chiusa buigt de weg naar het oosten af, de Val di Funes in. Hier beginnen de Dolomieten. Aan het eind van het dal staan de Odle, een kam van grillige rotstorens die boven de groene weiden en hooischuren uitsteken. Het kerkje van Santa Maddalena, met zijn spitse toren tegen die achtergrond, is een van de bekendste beelden van Zuid-Tirol. Iets verder ligt het kapelletje van San Giovanni in Ranui, alleen in een weide.
De Val di Funes is een wandeldal. Vanuit het dal lopen paden naar de berghutten onder de Odle, zoals over de Adolf-Munkel-weg, een van de mooiste wandelingen van het natuurpark Puez-Odle.
Van Bressanone naar Santa Maddalena is het ongeveer 25 kilometer, drie kwartier rijden. In het dal liggen boerderijen met kamers; een B&B in Santa Maddalena of San Pietro is de rustigste afsluiting van de route.

Waar slapen langs de route over de Jaufenpas?
De route is in één dag te rijden, maar de stops vragen meer tijd. Een logische indeling in twee dagen is een eerste nacht in Merano of de dorpen erboven, en een tweede nacht in Bressanone of de Val di Funes. In drie dagen past er een extra nacht in het Passeiertal of in Vipiteno tussen.
In de steden liggen historische gasthuizen naast moderne adressen met wellness. In de dalen ligt de nadruk op familiepensions en boerderijen die kamers verhuren, vaak met halfpension en streekgerechten. Voor juli, augustus en de herfstweken is vroeg boeken verstandig, vooral voor een accommodatie in de Val di Funes.

De route over de Jaufenpas in één overzicht
De autoroute loopt van Merano door het Passeiertal naar San Leonardo in Passiria, over de Jaufenpas op 2.094 meter naar Vipiteno, door het Eisacktal via Fortezza naar Bressanone, en via Chiusa naar de Val di Funes. De totale afstand is ongeveer 115 kilometer, zonder stops ongeveer drie uur rijden.
De beste periode is van juni tot begin oktober, wanneer de Jaufenpas open is en de berghutten bediend worden. In september en oktober zijn de wegen rustiger, kleuren de lariksen goud en volgen de wijnoogst en het Törggelen in het Eisacktal. Buiten het seizoen, wanneer de pas gesloten is, gaat de route via Bolzano over de snelweg.
Wie de reis wil verlengen, kan vanuit de Val di Funes doorrijden naar Ortisei in de Val Gardena, op ongeveer drie kwartier rijden.
Google Maps: route van Merano naar Val di Funes via Passo di Giovo
Veelgestelde vragen over de Jaufenpas
Hoe hoog is de Jaufenpas?
De Jaufenpas, in het Italiaans Passo di Giovo, ligt op 2.094 meter hoogte en verbindt het Passeiertal bij Merano met Vipiteno in het Eisacktal. De weg over de pas is ongeveer veertig kilometer lang, van San Leonardo in Passiria tot Vipiteno, en telt aan beide kanten tientallen haarspeldbochten.
Wanneer is de Jaufenpas open?
De Jaufenpas is in de regel open van eind mei tot begin november en in de winter gesloten voor alle verkeer. De precieze openings- en sluitingsdata hangen af van de sneeuwval en verschillen per jaar. Buiten het seizoen loopt de verbinding tussen Merano en Vipiteno via Bolzano en de A22.
Is de Jaufenpas moeilijk om te rijden?
De Jaufenpas is smal en bochtig, maar goed geasfalteerd en voor ervaren automobilisten goed te rijden. De zuidkant vanuit het Passeiertal is het steilst. Op zomerse dagen is er veel verkeer van motorrijders en wielrenners, waardoor rustig rijden en tijdig voorsorteren in bochten verstandig is.
Hoeveel dagen heb je nodig voor de route van Merano naar de Val di Funes?
De route van Merano over de Jaufenpas naar de Val di Funes is in één dag te rijden, maar twee tot drie dagen zijn beter. Zo is er tijd voor Merano, de Sandhof van Andreas Hofer, een stop in Vipiteno, de bezienswaardigheden van Bressanone en een wandeling in de Val di Funes.

Prachtig! Wat een mooie foto’s en wat is Italie toch mooi!
Grazie mille Tinka.
Lijkt mij leuk om eens te gaan zien. Hebben jullie misschien tips voor overnachtingsadresjes, restaurantjes? Als we 7 nachten hebben loont zich dat om te doen vanuit Nederland? Of is 7 nachten wellicht te lang en weten jullie een leuke combi? B.v.d.