Lazio is de regio van Rome, en voor de meeste reizigers houdt het daar op. Wie de stad verlaat, komt in een gebied van vijf provincies dat weinig gemeen heeft met het beeld van de hoofdstad. In het noorden liggen tufsteenplateaus met Etruskische graven, in de heuvels kratermeren, in het oosten de bergdorpen van de Sabina. In het zuiden buigt de kust bij Sperlonga en Gaeta af richting Campanië.
De regio grenst aan Toscane, Umbrië, de Marche, de Abruzzen, Molise en Campanië, en die ligging verklaart de verschillen. De Tuscia in het noorden deelt haar geschiedenis met Zuid-Toscane en Umbrië, het zuiden heeft al iets van Campanië. Een reis door Lazio is daardoor eerder een reeks streken dan één regio.
Rome zelf heeft op Sogno Italiano een eigen gids: stedentrip Rome. Deze pagina gaat over de rest van Lazio, met de stad als vertrekpunt.
Tuscia: Etruskisch land in het noorden
De provincie Viterbo, in Italië Tuscia genoemd, was het kerngebied van de Etrusken voordat Rome de streek overnam. Het landschap is vulkanisch: tufsteenplateaus doorsneden door kloven, met dorpen op de rand van de rots en kratermeren daartussen. Een rondreis door Tuscia verbindt de belangrijkste plaatsen in een paar dagen.
Viterbo was in de dertiende eeuw enkele decennia pauselijke residentie. Het Palazzo dei Papi en de middeleeuwse wijk San Pellegrino, met buitentrappen en overwelfde steegjes, zijn grotendeels intact gebleven. In de omgeving liggen Villa Lante in Bagnaia, het Palazzo Farnese in Caprarola en het Sacro Bosco van Bomarzo, een zestiende-eeuws park vol stenen beelden. In het zuidoosten van de provincie liggen Sutri, met een amfitheater dat uit de rots is gehouwen, en Calcata boven de vallei van de Treja.

Ten noorden van Viterbo staat Civita di Bagnoregio op een afbrokkelende tufsteenrots, alleen bereikbaar via een voetgangersbrug. Het dorp telt nog een handvol vaste bewoners en trekt veel dagjesmensen; vroeg in de ochtend of buiten het hoogseizoen is het er stiller.
Het Lago di Bolsena vult een oude vulkaankrater en is het grootste meer van Lazio. Aan de oevers liggen Bolsena, Capodimonte en Marta, met stranden waar ’s zomers gezwommen wordt. Montefiascone kijkt vanaf de kraterrand over het water en geeft zijn naam aan de witte wijn Est! Est!! Est!!! di Montefiascone.
Richting de kust liggen de Etruskische necropolissen van Tarquinia en Cerveteri, sinds 2004 samen UNESCO-werelderfgoed. In Tarquinia gaat het om de beschilderde graftombes, in Cerveteri om de grafheuvels van de Banditaccia. Achtergrond over deze beschaving staat in Wie waren de Etrusken; routes door hun gebied in In de voetsporen van de Etrusken, Een Etruskische reis en Van Orvieto naar Monte Argentario.
Aan de grens met Toscane gaat de Tuscia over in de Maremma. Dat grensgebied komt aan bod in authentiek Italië in Zuid-Toscane en Noord-Lazio.

Rond Rome: Castelli Romani, Tivoli en Bracciano
Binnen een uur van de stad liggen drie gebieden die als dagtrip vanuit Rome te doen zijn, maar ook dienen als rustiger uitvalsbasis.
Ten zuidoosten van Rome liggen de Castelli Romani in de Albaanse heuvels, een oud vulkaangebied met twee kratermeren. Frascati staat bekend om zijn witte wijn en villa’s, Castel Gandolfo ligt aan het Lago Albano en was eeuwenlang de zomerresidentie van de paus. Ariccia is de plaats van de porchetta, Nemi aan het gelijknamige meer die van de bosaardbeien. De trein van Roma Termini naar Frascati doet er ongeveer een halfuur over.
Tivoli ligt zo’n dertig kilometer ten oosten van Rome, tegen de Monti Tiburtini. De stad heeft twee villa’s op de UNESCO-lijst: Villa d’Este, met renaissancetuinen en tientallen fonteinen, en Villa Adriana, het landgoed van keizer Hadrianus aan de voet van de heuvel. Beide passen in één dag.
Ten noordwesten van Rome ligt het Lago di Bracciano, eveneens een kratermeer. Motorboten zijn er niet toegestaan, wat het water schoon en het meer stil houdt. Bracciano zelf wordt gedomineerd door het Castello Orsini-Odescalchi; Anguillara Sabazia en Trevignano Romano liggen aan de overkant van het water. De regionale trein vanuit Rome rijdt er in ongeveer een uur heen.
Richting de kust ligt Ostia Antica, de havenstad van het oude Rome, waar straten, badhuizen en woonhuizen bewaard zijn gebleven. Oostelijk, in het dal van de Aniene, liggen bij Subiaco de kloosters die Benedictus van Nursia er in de zesde eeuw stichtte, deels tegen de rotswand gebouwd.

De Sabina en de provincie Rieti
Ten noordoosten van Rome begint de Sabina, een heuvelland van olijfgaarden dat ooit het land van de Sabijnen was. De olijfolie uit de streek heeft een beschermde herkomstbenaming. De benedictijnenabdij van Farfa gaat terug tot de zesde eeuw en was in de middeleeuwen een van de machtigste kloosters van Midden-Italië.
Verder landinwaarts ligt Rieti, dat zich het geografische middelpunt van Italië noemt. Het dal eromheen heet de Valle Santa: Franciscus van Assisi verbleef er geregeld, en in Greccio richtte hij in 1223 de eerste kerststal in. Rond de stad liggen de stuwmeren van Turano en Salto, met Castel di Tora op een landtong in het water, en de Monte Terminillo, waar ’s winters geskied wordt.
Labro, op een heuvel boven het Lago di Piediluco, is als geheel in steen gerestaureerd. De autoroute Van Rieti naar Narni volgt het oude Sabijnse land tot over de grens met Umbrië.
In het noordoosten van de provincie ligt Amatrice, het bergstadje waar de pasta all’amatriciana haar naam aan dankt. Het werd in 2016 zwaar getroffen door een aardbeving.

De zuidkust en de Pontijnse eilanden
Ten zuiden van Anzio verandert de kust van karakter. De vlakte van de Agro Pontino, in de jaren dertig drooggelegd, eindigt bij het Parco Nazionale del Circeo: duinen bij Sabaudia, kustmeren en de kaap van de Monte Circeo, volgens de overlevering het eiland van de tovenares Circe uit de Odyssee.
Daarna begint de Riviera di Ulisse. Terracina heeft een oud centrum tegen de helling en op de berg erboven de resten van de tempel van Jupiter Anxur, met uitzicht over de golf. Sperlonga is een wit dorp op een rotsuitloper tussen twee stranden; aan de rand ervan liggen de grot en villa van keizer Tiberius, met een archeologisch museum. Gaeta combineert een middeleeuwse oude stad met stranden aan de westkant en de Montagna Spaccata, een gespleten rots met een heiligdom erboven. De stad geeft haar naam aan de tiella, een gevulde hartige taart, en aan de olijven van Gaeta.
Vanuit Formia, Terracina en in de zomer ook Anzio varen boten naar de Pontijnse eilanden. Ponza is het grootste, met een haven van gekleurde huizen en baaien die vooral vanaf het water bereikbaar zijn. Ventotene is kleiner en stiller; hier schreven Altiero Spinelli en Ernesto Rossi in 1941 het Manifest van Ventotene, een van de grondteksten van de Europese eenwording.
Aan de noordkust, tussen Civitavecchia en Rome, ligt een rustiger strook met het kasteel van Santa Severa en de stranden van Santa Marinella en Tarquinia Lido.

Ciociaria en het zuidelijke binnenland
De provincie Frosinone, in de volksmond Ciociaria, ontvangt de minste buitenlandse bezoekers van Lazio. Het is een gebied van heuvelsteden met een pauselijk en middeleeuws verleden. Anagni was de stad van vier pausen, en in de crypte van de kathedraal zijn de dertiende-eeuwse fresco’s bewaard. Alatri heeft een akropolis binnen polygonale muren van zware kalksteenblokken, Fiuggi is een kuuroord met een middeleeuws bovendorp.
De abdij van Montecassino, rond 529 gesticht door Benedictus, staat op een berg boven Cassino. Ze werd in 1944 bij de gevechten om de Gustavlinie verwoest en daarna volledig herbouwd; aan de voet van de berg liggen militaire begraafplaatsen van verschillende landen. De cisterciënzerabdijen van Casamari bij Veroli en Fossanova bij Priverno laten de sobere bouwstijl van die orde zien.
In de provincie Latina, landinwaarts van de kust, ligt Sermoneta met het kasteel van de familie Caetani. Aan de voet van het dorp ligt de Giardino di Ninfa, een tuin tussen de ruïnes van een middeleeuwse stad. Die is alleen op een beperkt aantal dagen per jaar open, en uitsluitend met reservering.
Op de grens met de Abruzzen en Molise valt een deel van het Parco Nazionale d’Abruzzo, Lazio e Molise binnen Lazio, met beukenbossen boven de Valle di Comino.

De keuken van Lazio
De pasta’s die met Rome worden geassocieerd, komen uit het binnenland van Lazio. Gricia, amatriciana en carbonara zijn variaties op dezelfde basis van guanciale en pecorino romano, een schapenkaas die in de regio al sinds de oudheid wordt gemaakt. De amatriciana is genoemd naar Amatrice, in de bergen van de provincie Rieti.
In het voorjaar spelen artisjokken de hoofdrol, gestoofd als carciofi alla romana of gefrituurd alla giudia. Abbacchio, vlees van jong lam, hoort bij de feestdagen, en de porchetta van Ariccia heeft een beschermde herkomst. In het zuiden, rond Latina en Fondi, wordt mozzarella van buffelmelk gemaakt.
De wijn komt vooral uit de vulkanische heuvels: witte Frascati uit de Castelli Romani, Est! Est!! Est!!! uit Montefiascone en de rode Cesanese uit de Ciociaria. Daarnaast zijn de olijfolie van de Sabina en de olijven van Gaeta buiten de regio bekend. Veel dorpen houden in de zomer en het najaar een sagra rond één product, van porchetta tot kastanjes.

Praktische informatie
De luchthavens Fiumicino en Ciampino liggen allebei aan de rand van Rome. Vanaf Fiumicino bereik je de snelwegen naar het noorden en zuiden zonder door de stad te hoeven rijden, wat een huurauto ophalen eenvoudig maakt.
Voor plaatsen langs het spoor is de trein vanuit Rome een goed alternatief. Frascati ligt op ongeveer een halfuur, Tivoli en Bracciano op ongeveer een uur, Formia op ruim een uur en Viterbo op bijna twee uur. Voor Civita di Bagnoregio is het station van Orvieto het dichtstbij, met een bus naar Bagnoregio. Voor Sperlonga stopt de trein in Fondi, met in het seizoen een pendelbus naar het dorp. De boot van Formia naar Ponza doet er, afhankelijk van het type schip, tussen ruim een uur en tweeënhalf uur over.
Voor de Tuscia, de Sabina en de Ciociaria is een auto vrijwel onmisbaar. Veel historische centra, ook buiten Rome, hebben een ZTL-zone waar je zonder vergunning niet in mag rijden; parkeren buiten de muren voorkomt boetes.
Rijtijden vanaf de ringweg van Rome (GRA), bij normaal verkeer:
| Bestemming | Afstand | Rijtijd |
|---|---|---|
| Tivoli | ca. 30 km | ca. 45 min |
| Cerveteri | ca. 45 km | ca. 45 min |
| Bracciano | ca. 40 km | ca. 1 uur |
| Viterbo | ca. 80 km | ca. 1 uur 15 min |
| Tarquinia | ca. 95 km | ca. 1 uur 15 min |
| Rieti | ca. 80 km | ca. 1 uur 15 min |
| Subiaco | ca. 75 km | ca. 1 uur 15 min |
| Terracina | ca. 105 km | ca. 1 uur 30 min |
| Montecassino | ca. 130 km | ca. 1 uur 30 min |
| Lago di Bolsena | ca. 115 km | ca. 1 uur 45 min |
| Civita di Bagnoregio | ca. 120 km | ca. 1 uur 45 min |
| Sperlonga | ca. 125 km | ca. 2 uur |
| Gaeta | ca. 140 km | ca. 2 uur |
De beste reisperiodes zijn april tot juni en september tot half oktober. In juli en augustus is het binnenland heet en zijn de kustplaatsen vol met Italiaanse vakantiegangers, vooral rond Ferragosto half augustus. In de winter is de Monte Terminillo een bestemming voor wintersport, terwijl veel strandaccommodaties dan gesloten zijn.

Overnachten in Lazio
Waar je verblijft, hangt af van wat je wilt zien. Voor de Tuscia ligt Viterbo of het Lago di Bolsena centraal: Civita, Tarquinia en de meren liggen dan binnen een uur rijden. De Castelli Romani en het Lago di Bracciano zijn een alternatief voor een verblijf in Rome zelf. De stad blijft met de trein bereikbaar, terwijl de avonden rustiger zijn en de prijzen doorgaans lager liggen.
Voor de zuidkust zijn Sperlonga, Gaeta en Terracina logische uitvalsbases, met Formia als haven voor de boot naar Ponza. In de Sabina en de Ciociaria zijn agriturismi de meest voorkomende vorm van verblijf, vaak op een olijfgaard of wijngoed.
Een selectie van adressen door heel Italië, waaronder in Lazio, staat bij onze favoriete hotels in Italië.

Veelgestelde vragen over Lazio
Wat is er te zien in Lazio buiten Rome?
In het noorden ligt de Tuscia, met Viterbo, Civita di Bagnoregio, het Lago di Bolsena en de Etruskische necropolissen van Tarquinia en Cerveteri. Dicht bij Rome liggen de Castelli Romani, de villa’s van Tivoli en het Lago di Bracciano. In het oosten strekt de Sabina zich uit tot Rieti, en in het zuiden liggen de kust van Terracina tot Gaeta, de Pontijnse eilanden en de abdij van Montecassino.
Wat is de beste reistijd voor Lazio?
Het voorjaar, van april tot juni, en de periode van september tot half oktober zijn het aangenaamst. Het is dan warm genoeg voor de kust en de meren, zonder de hitte en drukte van juli en augustus. In de winter is het in de heuvels en bergen koud, maar zijn steden als Viterbo en Anagni rustig te bezoeken.
Heb je een auto nodig in Lazio?
Voor plaatsen als Frascati, Tivoli, Bracciano, Viterbo en Formia is de trein vanuit Rome voldoende. Wie de Tuscia, de Sabina of de Ciociaria wil verkennen, kan echter moeilijk zonder auto: veel dorpen zijn met het openbaar vervoer slecht of niet bereikbaar. Let in historische centra op de ZTL-zones.
Waar ga je in Lazio naar het strand?
De stranden aan de zuidkust, rond Sabaudia, Terracina, Sperlonga en Gaeta, zijn het populairst. Ze liggen op ongeveer anderhalf tot twee uur rijden van Rome en zijn ook per trein te bereiken via Fondi of Formia. Wie helderder water zoekt, neemt de boot naar Ponza of Ventotene.
Kun je in Lazio in een meer zwemmen?
Ja. In het Lago di Bolsena, het Lago di Bracciano en het Lago di Vico wordt ’s zomers gezwommen, met kleine stranden en badplaatsen langs de oevers. Op het Lago di Bracciano zijn motorboten verboden, wat het water rustig houdt.
Hoeveel dagen heb je nodig voor Lazio?
Voor één streek, zoals de Tuscia of de zuidkust, zijn drie tot vier dagen genoeg. Wie meerdere delen van de regio wil zien en Rome erbij wil nemen, heeft ruim een week nodig. Door de afstanden is het handig om per streek een vaste uitvalsbasis te kiezen.
